Faillissement of turbo liquidatie

Een veel gestelde vraag door ondernemers ziet op de beëindiging van een B.V. in zwaar weer. Moet er faillissement worden aangevraagd of zijn er andere mogelijkheden? Nu is het niet mijn bedoeling om stil te staan bij bedrijfsfinancieringen en reddingsplannen, maar slechts de wijze van beëindiging van de B.V.

Een B.V. (besloten vennootschap) is een rechtspersoon, wat inhoudt dat de B.V. voor de Nederlandse wet in grote lijnen wordt gelijkgesteld met een persoon van vlees en bloed (een natuurlijk persoon). Als gevolg daarvan kent een B.V. eigen rechten en plichten, bezittingen en schulden. Om die reden wordt een B.V. door veel ondernemers gebruikt voor hun activiteiten. Helaas voor veel ondernemers zijn niet alle activiteiten een eeuwig rendabel leven gegund en komt men dan in de situatie dat beëindiging van de activiteiten als een laatste redmiddel resteert. In de meest positieve situatie zijn er voldoende baten aanwezig om alle schulden van de B.V. te betalen. Een eventueel aanwezig batig saldo kan dan worden uitgekeerd conform het bepaalde in de statuten van die B.V.

Maar wat als de schulden de baten overtreffen, maar de ondernemer zelf vroegtijdig de onderneming wil beëindigen om verdere problemen te voorkomen? Hierin moet een onderscheid worden gemaakt in een tweetal mogelijke situaties die ik hierna zal toelichten. Omwille van het spraakgebruik zal ik de wettelijke term ‘baten’ vervangen door ‘bezittingen’.

1. De B.V. heeft bezittingen, maar meer schulden.

Als de B.V. bezittingen en schulden heeft, maar onvoldoende bezittingen om de schulden te betalen dient het bestuur een faillissementstraject in te zetten. Vereist is wel dat er 2 of meer schulden zijn bij 2 of meer schuldeisers en dat de B.V. is opgehouden met betaling.

De ondernemer dient een verzoek in bij de Rechtbank middels een eigen aangifte voor faillietverklaring. Voor een uitspraak wordt gedaan kan een zitting plaatsvinden, maar een dergelijke zitting vindt slechts plaats indien de ondernemer of de rechter dat wenselijk acht. Een dergelijke zitting is overigens niet openbaar.

Als de rechter het verzoek toewijst is de B.V. per direct failliet en benoemt de rechter een curator en een rechter-commissaris. De curator start zijn werkzaamheden door zo snel mogelijk een overzicht proberen te krijgen van alle schulden en bezittingen van de failliete B.V. De curator kiest geen partij, maar weegt slechts de belangen van de verschillende schuldeisers. De curator zal -kort gezegd- ernaar streven om een zo hoog mogelijk opbrengst uit de bezittingen te halen, zodat hij daarmee zo goed mogelijk aan de wensen van de schuldeisers tegemoet kan komen.

2. De B.V. heeft geen bezittingen, maar wél schulden

Op het moment dat de B.V. niet meer in staat is de schulden te betalen en ook geen bezittingen (meer) heeft ontstaat een interessante situatie. Moet een dergelijke B.V. faillissement aanvragen of niet? Uit recente rechtspraak blijkt dat in een dergelijke situatie de turboliquidatie tot de mogelijkheden behoort en wellicht zelfs de meest aangewezen route.

Een turboliquidatie wordt gedaan door een besluit tot ontbinding van de B.V. in de algemene vergadering van aandeelhouders. Van het besluit wordt melding gemaakt bij de Kamer van Koophandel die de B.V. vervolgens uitschrijft. Als er op dat moment geen bezittingen meer zijn houdt de B.V. direct op te bestaan. De nog aanwezige schuldeisers hebben dan het nakijken.

De schuldeisers hebben mogelijkheden als zij vermoeden dat er wel degelijk bezittingen zijn of zijn te verwachten, waarbij ze kunnen denken aan het alsnog aanvragen van een faillissement van de B.V. of door het aanspreken van de oud-bestuurder op grond van onrechtmatige daad. Dat de schuldeisers gegronde redenen moeten hebben spreekt daarbij voor zich.

Doet een ondernemer er goed aan om zekerheidshalve faillissement aan te vragen in plaats van een turboliquidatie in te zetten? In een aantal recente uitspraken hebben de betreffende rechters uitgemaakt van niet. In de voorgelegde situaties werden curatoren geconfronteerd met lege boedels, waarin ook geen reden was om aan te nemen dat sprake was van bestuurdersaansprakelijkheid. Uit de rechtspraak blijkt zelfs dat de keuze voor de faillissementsaanvraag (in plaats van turbo-liquidatie) onrechtmatig jegens de curator kan zijn en dat de ondernemer (bestuurder) in die gevallen aansprakelijk kan worden gehouden voor de faillissementskosten (voornamelijk het salaris van de curator).

Elke situatie is anders en dit artikel is geenszins bedoeld als een allesomvattend handboek. Neem gerust contact op om eens te sparren.